Pretoriastraat 38
2600 Berchem, Antwerpen, Belgium
Laurence Plumier: 0498 71 10 25
Chris Meulemans: 0474 64 01 35
Danielle Buyssens : 0497 57 79 54

past

Ines Claus

PALMEIRA 2

Vitrine/Window

+Book Presentation

06/04 – 29/04/2018

 

 

Viviane Klagsbrun

Spinning

09/03  –  31/03/2018

 

 

Viviane Klagsbrun – Self

Als we aannemen dat het ontstaan van het geschilderde portret in de vijftiende eeuw aanleiding gaf tot het ontstaan van de autonome, niet langer geknechte schilderkunst, zoals kunsthistoricus Dirk De Vos schrijft, dan moeten we het zelfportret zeker beschouwen als de trouwste bondgenoot van de armlastige of solitaire schilder die, bij gebrek aan modellen, genoodzaakt is de eigen kop tot onderwerp van zijn of haar schilderij te maken. Als we denken aan de sprekende zelfportretten van Ensor, die hij zijn hele leven lang maakte, of aan de zelfportretten van Rembrandt, waaruit we volgens Jean Genet kunnen aflezen hoe Rembrandt het verlies van zijn zoon Titus omzette in een pantheïstische liefde voor kleur en materie, dan betreuren we dat Vermeer blijkbaar over genoeg modellen kon beschikken en zijn we blij dat we vandaag kennis mogen maken met de tedere, openhartige, soms grappige, soms tragikomische, maar altijd beklijvende zelfportretten van Viviane Klagsbrun (°1956). Met vreugde stel ik vast hoe deze zelfportretten autonome schilderijen zijn geworden, waarin al Klagsbruns kwaliteiten samenkomen: haar gelijktijdige humor en ernst, haar gevoel voor vlakverdeling, kleurgebruik en textuurverschillen, en haar vermogen schilderijen te maken die elk moment uiteen lijken te kunnen vallen, maar op een geheime manier samenhangen, als vastgeknoopt met onzichtbaar garen.

Niemand weet wat een ‘zelf’ is. Bij ontstentenis van enig houvast te dier zake, geven mensen zichzelf gestalte door de nadruk te leggen op de manieren waarop zij verschillen van vreemdelingen of andersdenkenden. Kunstenaars weten echter dat elk lichaam zich een ‘zelf’ zingt, dag en nacht, als een herkenbare melodie van ritmes en patronen, contrasten en harmonieën, vastgelegd in dagelijks opnieuw geformuleerde elektrieke schommelingen, gevoed door onze vroegste en laatste ervaringen. Als een lied, zo zie ik deze schilderijen, een lied van het zelf, dat anders niet zou zijn.

Hans Theys, Montagne de Miel, 17 januari 2018

Maria Gabriëlle / Peter Hulsmans

&

11/02  –  04/03/2018

Brigitte Closset

Peintures 1993 – 2017

14/01. –  04/02/2018

 

Caroline Bockhoff     &.     Laurence Plumier

..auf die Schminke, fertig, los!

18/11  –  17/12/2017


“… auf die Schminke, fertig, Los!”

Carolin Böckhoff maakt installaties die nooit af zijn. Ze heeft pleinvrees in de smetteloze ‘White Cube’ en bakent een eigen wereld af met wat ze zelf oneerbiedig ‘bouwmaterialen’ noemt. Inspiratie put ze uit een sprookjeswereld van zwarte wouden ergens in Duitsland of heel ver weg, of gewoon verschrikkelijk dichtbij. Telkens opnieuw herschikt ze haar figuren van porcelein, schuimrubber, klei of plastic in steeds andere constellaties, inspelend op de beschikbare ruimte. Pas in hun onderlinge relatie vinden het geamputeerde speelgoed (het restant van een zeester), de vreemde objecten en de statische vrouwenfiguren zonder gezicht hun monumentale kracht. Op het eerste zicht wijkt dit werk terug voor de blik die zoekt naar de autonomie van frontaal opgestelde, in-zichzelf-rustende sculpturen. Haar werk laat zich gradueel ontdekken, zoals het ontstaat: speels, toevalsgewijs, open voor telkens nieuwe associaties en perspectieven. Het is niet vast te pinnen. Deze ruimtelijke collage is van een radicaal ‘arme’ materialiteit. Uit de rommel gevist, van een sleutelhanger geritst, opgeraapt op straat of gevonden tussen het afgedankte Spielzeug. Böckhoff bespeelt in haar bricolages de breuklijn tussen de vrolijk lieve en kleurrijke idylle van de kindertijd en de schaduw daarvan; de breekbare, schuwe kinderziel. De wereld is absurd en onherbergzaam. En speelgoed biedt daartegen geen bescherming. Niets is zo griezelig als een sprookje. Niets zo desolaat als kapot speelgoed. Niets zo ongemakkelijk als de façade van familiegeluk (‘Zu Hause’).

Wat de verbeelding triggert is niet zozeer het visueel esthetische, maar het tactiele. Een vuil stuk tapijt en een verschoten strip linoleum roepen domestieke claustrofobie op. Een harige steen, een oversized sok, de zachte rubber van een blauwe wolk, het geglazuurde porcelein met excessieve uitstulpingen… het vraagt met de vingertoppen, de smaak, de oren en de ziel afgetast te worden. Wat dit werk neerzet is niet zozeer een schoonheidservaring maar een sfeer.                                                                                                                                                                 Dit is een wereld met een hoek af. Verontrustend, maar ook (k)luchtig en absurd.

Inge Henneman


De schilderijen van Laurence Plumier tonen een passie voor de wereld van het ‘decorum’, meer specifiek voor het fenomeen van het trompe l’ oeil, of de illusie die zeer echt lijkt. Vaak vertrekt ze van theatrale ensceneringen en interieurs uit filmscènes die ze deconstrueert. Uit de film stills bevrijdt ze bijvoorbeeld enkele rekwisieten uit hun onderling verband, en mixt deze fragmenten tot een nieuwe, losse samenhang. Door die ’verplaatsing’ kunnen objecten worden herontdekt, echter niet zonder verrassende mutaties.

De zachte en sensuele kleuren nemen de toeschouwer mee in een artistieke zoektocht naar wat er zich achter ‘de coulissen’ afspeelt. Het is een beweging van ontdekken en weer verbergen van betekenis. Wat schijnbaar onbekommerd en zelfs ludiek lijkt, verbergt een ongemakkelijk gevoel.                                                                                                                                 Wat het werk van Carolin en Laurence verbindt in deze duotentoonstelling is een mengeling van het lichte en het rauwe, abstractie en figuratie. Soulmates in een wereld die even ontwricht lijkt als ludiek.

Christian van Haesendonk

Fabian Rouwette

Unselected Places

14/10  –  05/11/2017

 

“Les choses se sont succédé dans l’ordre suivant: d’ abord les forêts, puis les cabanes, les villages, les cités et enfin les académies savantes.”

GIAMBATTISTA VICO,   La Science nouvelle.

Ruïnes en landschappen inspireren Fabian Rouwette. Beide omdat ze in alle stilte en fragmentarisch zowel een verleden als een toekomst evoceren en gedoemd zijn te verdwijnen. Deze plekken oefenen een aantrekkingskracht op hem uit en stellen hem tegelijk ook op de proef. De kunstenaar vindt er een ongehoorde stilte en een toevluchtsoord los van het dagdagelijkse, een haast meditatieve maar alerte toestand. Doorheen de thema’s die Fabian Rouwette aankaart komen er een aantal constanten naar voren zoals het wankelen van de ruimtes en de beweging naar het onzichtbare dat ze in zich dragen : de nonlieu (non-place) et de hors-lieu (off-place). Fabian Rouwette genoot een opleiding schilderkunst aan de academie voor schone kunsten van Luik maar richtte zich daarna op fotografie. Met deze tentoonstelling keert hij terug naar Antwerpen waar hij verbleef in het kader van een residentie in 2014 en waar hij deelnam aan een groepstentoonstelling in Extra City.

Fabian Rouwette trouve l’inspiration dans l’histoire du paysage et de la ruine. La ruine ainsi que le paysage sont silencieux, fragmentaires, ils suggèrent un passé autant qu’un futur. Ils sont sur le point de disparaître.  Ces endroits l’attirent et l’éprouvent à la fois. Il y trouve un silence unique, un refuge hors du quotidien, un état méditatif et alerte. A travers les thémes que Fabian aborde, des constantes émergent, comme l’instabilité des espaces et le mouvement vers l’invisible qu’ils portent  en eux, le non-lieu, le hors-lieu. Fabian Rouwette a eu une formation en peinture à l’ academie des Beaux-arts de Liége et s’ est ensuite tourné vers la photographie. Cette expo solo est pour lui l’ occasion de revenir à Anvers, où il a séjourné dans le cadre d’ une résidence en 2014 et a exposé à Extra City.

Harm Van Zwol

Historical Costume on display

Summer vitrine july and august 2017

Annick Lizein

Ferme les Yeux

19/05  –  25/06/2017

“Ferme les yeux”  is niet alleen een gelegenheid voor de kunstenares om een selectie uit haar werk te tonen maar het vormt tegelijkertijd een uitnodiging naar de toeschouwer toe om tijdens zijn bezoek een pauze in te lassen, de hectiek van alledag achter zich te laten en de zintuigen aan te scherpen, zich over te leveren aan de kunstwerken en ze binnen te laten sijpelen.    Annick Lizein (1973) woont en werkt in Brussel. Sinds 1997 exposeert zij in binnen- en buitenland, solo en in groepstentoonstellingen. Zo nam ze onder andere in 2006 deel aan de tentoonstelling ‘Vanitas’ in de Sol galerij in Seoul en in BOZAR, en had ze in 2009 een guest residency aan de Rijksakademie in Amsterdam. Ze maakte ook deel van de vaste kunstenaars die regelmatig in galerij Maes & Matthys te Antwerpen tentoonstelden. De doeken van Annick Lizein lezen als een zoektocht doorheen haar geschiedenis.  Het begon voor de kunstenares bij pure abstractie en monochromie. Daar waar voor veel kunstenaars in één kleur schilderen als een eindpunt wordt beschouwd, begon Annick meteen na haar afstuderen op deze manier te werken. Haar uitgangspunt was een verlangen om binnen te kunnen treden in de verf, de kleur een unie te laten vormen met het doek en een fusie te creëren waarbij de kleur heerst. Op die manier een leegte scheppend en zichzelf tot het absolute te verheffen. In de loop der jaren zal het figuratieve aspect meer plaats inwinnen ten voordele van de abstractie, toch zullen de schilderijen van Annick altijd een weids aanvoelen behouden. Het waarneembare is slechts een beginpunt waar iets nieuws uit ontstaat. De kunstenares spreekt over kunstwerken die op twee manieren tot stand komen: er zijn enerzijds de snelle, intuïtief geschilderde beelden die een vluchtige momentopname oproepen en anderzijds de trage, met terpentijn overschilderde doeken waar diezelfde vlucht eerder op een bestudeerde wijze wordt uitgewerkt en waarbij de realiteit bij wijze van spreken strook per strook zachtjes wordt weggevaagd. De overeenkomst tussen de twee werkwijzen ligt in het resultaat: de kunstenaar wikt, maar het is de kunst die beschikt. De verfstroken volgen een pad om te komen tot het scheppen van een eigen wereld.                                                Danielle Buyssens

“Ferme les Yeux ”   Fermer les yeux pour mieux voir, faire le vide.  Annick Lizein(1974) vit et travaille à Bruxelles.Elle a Participé à de nombreuses expos en Belgique et à l’étranger, Pushing the canvas (Malines), Swing A4 à (Bozar), Changez (Enschede Nederland).
A.L. a été représentée par la galerie Maes en Mathijs à Anvers et a suivi une résidence comme “Guest” à la Rijksakademie de Amsterdam en 2009. Les peintures d’ Annick Lizein se jouent de la figuration et de l’abstraction, sur de grands formats, aux couleurs effervescentes où dynamisme et gestualité se confondent.  Est-ce ce travail tactile, ce toucher avec la surface qui mène à la fusion ?  Il y a les peintures à deux vitesses.
La première plus rapide en un geste, en un instant. L’autre plus lente où la peinture continue à vivre par elle-même sur le support.
Les couleurs sont fraîches elles créent une proximité, tout en gardant une distance. Les oeuvres plus lentes, lissées où le sujet se dissipe, fait place à l’étendue, comme un assemblage effacé. Quand les contours sont trop présents, la peinture est lavée au risque de détruire pour révéler autre chose. Ce qui inspire A.L. c’est la transparence, la forme, l’abstraction qui émerge. Brouiller les pistes, tester les limites, ne pas se prendre trop au sérieux et rester ludique sont essentiels dans la démarche picturale de l’artiste. C’est ce mélange de profondeur et d’ambiguïté qui rend l’œuvre de A.L. si vibrante.         Danielle Buyssens

Suzanna Inglada, Tom Vansant

Little Hisk

18/05  –  21/05/2017

“Little HISK”

tijdens Antwerp Art Weekend:
vrijdag 19 t/m zondag 21 mei 2017
Opening: donderdag 18 mei van 18 – 22u

Dat in het huidige ’t Groen Kwartier tot het jaar 2006 het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) gehuisvest was, is nog in het geheugen van vele Antwerpenaren gegrift. Het enige overblijvende restant van de oude HISK site, het poortgebouw, bood ruimte aan een tentoonstelling met de titel “Little HISK”.
De expositie presenteerde werk van 5 gewezen en 5 huidige HISK studenten en werd samengesteld door LLS 387, CAPS, Eva Steynen.Deviation(s), Praetoria vzw en Pulsar.

Deelnemende kunstenaars:
Flurin Bisig
André Catalão
Lydia Debeer
Marijke De Roover
Susanna Inglada
Wesley Meuris
Jonathan Paepens
Sarah Smolders
Tom Vansant
Lisa Wilkens

OPEN:
Donderdag 18/5: 18u-22u (Opening)
Vrijdag 19/5 :12u-22u;
(19u-22u: NOCTURNE met food & drinks by Otark)
Zaterdag 20/5: 12u-18u
Zondag 21/5: 12u-18u

In het poortgebouw van het voormalig Militair Hospitaal op ‘t Groen Kwartier,
Hospitaalplein,
2018 Antwerpen

Arno Kramer, Filip Van Kerckhove, Sacha Eckes, Erik Mattijssen

Life will be great soon

12/03  –  02/04/2017

Thinking Out Loud (T.O.L.)” The series in progress “Thinking Out Loud” is a caleidoscopic series of drawings, evolving in different directions simultaneously, and bringing together different subjects, ideas, intuïtions, that have been on my mind for a long time, coming from different fields such as quantum physics, the history of the natural sciences and the scientific method, the history of thought in general, eastern and western philosophy and mysticism, biology, botany, the theory of relativity, astrophysics, cognitive psychology… The aim is definitely not to produce an illustration of ideas I might have in connection with these topics. Rather, the drawings are the result of an autonomous, highly spontaneous process, that runs parallel to a more rational, cognitive process. In fact, if anything I see it as an autonomous thinking process with purely visual means. Drawing as a form of thinking, be it a very different kind of thinking than ‘cognitive’ thinking. It is first and foremost a highly intuïtive enterprise, with which I aim to surprise myself. I am interested in the spontaneous connections and associations, and new directions my mind is following when working. Any interpretation or ‘fixed’ sort of meaning can only come from hindsight. I consider the works in the series to be ‘drawings’, even though I also employ materials such as oil, acrylic paint, spray paint and collage. They are drawings to me because they come out of a ‘fast’ process. They are constantly evolving on the edge of what I know, and each of them brought to the surface something I didn’t know yet. I work on them for a short time only. Almost all of them have come to a conclusion in one or two, maximum three working sessions. Very rapid shifts occur while working, between different types of images, and different materials. The process seems to have an inherent ‘logic’, which I am trying to tune into. The ‘study’ of this internal process is, for me at least, part of the meaning of the project. The numbering of the works is completely random, and is a reference to our obsession with categorising and labeling, which is one of the indoctrinations we have inherited from generation to generation in our particular Western history of thought. Filip Van Kerckhoven

Voor een nietsvermoedende kijker lijkt Sacha Eckes’ werk misschien een continue stroom van uitingen zonder enig onderling verband. Dat is niet alleen een gevolg van de bijna dwangmatige behoefte om permanent te creëren, maar vooral van de manier waarop zij omgaat met de realiteit. Die realiteit is ondertussen zo wanhopig fragmentarisch geworden dat ze op het eerste gezicht onsamenhangend lijkt, en hoogstens op termijn interpretatie toelaat. Zo ook haar oeuvre, dat deze tijdsgeest initieel weerspiegelt: rauw, impulsief, compromisloos, egoïstisch en tegelijkertijd van iedereen. Daarom recupereert ze ogenschijnlijk schaamteloos andermans werk, becommentarieert en annoteert ze het, verminkt ze het of verbergt ze het onder verschillende lagen. Alsof ze een spiegel voorhoudt. Want ook haar ‘bigger picture’ geeft zich enkel prijs aan zij die verder willen kijken dan weer een waan van de dag. Pas dan blijkt de kwetsbaarheid en de milde humor. Pas dan wordt duidelijk dat begrip en communicatie centraal staan, net zoals iedereen verlangend naar een eigen plaats, zonder verloochening.In deze tentoonstelling speelt ze in dit kader met de conventies van de portretkunst. Eén portret* dat niet toevallig aan twee schilders wordt toegewezen, ligt aan de basis van een aantal interpretaties ervan, in verschillende stijlen en op diverse dragers.Daarnaast stelt ze nog een aantal kleinere portretten voor die ze eerder maakte.* Portret van Jacqueline van Caestre, echtgenote van Jean Charles de Cordes – Peter Paul Rubens of Antoon Van Dijck, 1617)

Erik Mattijssen (1957) werd opgeleid aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam waaraan hij al geruime tijd verbonden is als docent. Erik Mattijssen tekent op papier, waarbij hij gebruik maakt van drie materialen: potlood, pastelkrijt en gouache. Hij houdt van de dingen die mensen verzamelen en kijkt graag naar de wijze waarop die geordend worden op keukentafels, in huiskamers, op vensterbanken en marktkramen. Dingen die je makkelijk over het hoofd ziet, spullen met een geschiedenis waaraan een collectieve herinnering kleeft, spelen vaak de hoofdrol in zijn werk. Kleur speelt daarin een onderscheidende rol. In het werk van Erik Mattijssen kun je je makkelijk verplaatsen, word je meegevoerd in een verhaal dat je vaag bekend voorkomt. Soms gebeurt dat met barok plezier in overvolle, theatrale ruimtes; een andere keer blijft het bedrieglijk eenvoudig in een stilleven. In het najaar van 2014 verbleef Erik Mattijssen op een afgelegen plek in het noordwesten van Ierland, waar alles groen, stil, zilt en nat is. Het is een land waar hij zich thuisvoelt en vaak naar toe gaat om te tekenen. De werken die getoond worden in galerij Praetoria zijn wankele stillevens, die hij samenstelde met langs zee bijeen gesprokkelde voorwerpen. Aan het einde van dat jaar vertrok hij voor een langere periode naar India, waar hij een etage huurde in een van de meest dichtbevolkte steden ter wereld: Calcutta. Groter kon de tegenstelling niet zijn.

Arno Kramer is vooral bekend geworden door zijn tekeningen. Zijn belangstelling voor de hedendaagse tekenkunst bracht hem ertoe om tekeningententoonstellingen te organiseren, zoals Into Drawing, Into Irish Drawing en samen met Diana Wind All About Drawing, een overzicht van 50 jaar Nederlandse tekeningen van 100 kunstenaars. Zijn werken op papier, van bescheiden tot zeer grote formaten, heeft hij in tientallen tentoonstellingen in binnen- en buitenland getoond. Naast de tekeningen op papier maakte hij ook grote werken direct op de muur. Kenmerkend in zijn ontwikkeling is de bewuste combinatie van figuratieve en meer abstractere elementen. Het is voor Arno Kramer van belang dat er naast een zekere mystiek en raadselachtigheid in een tekening ook een zekere weerstand zit. Zo kan een realistisch getekend beeld worden “verstoord” door er rasters of vlekken overheen te leggen. Elke tekening moet op zijn minst voor de maker een verrassing bevatten. In de tekeningen na 2010, van soms 200 x 360 cm, hebben dieren hun intrede gedaan in het werk. Hazen, zwanen en herten zijn nieuwe dankbare onderwerpen geworden. De tekeningen zijn soms in hun attitude heftiger in hun abstractie en preciezer in hun figuratie. Toch worden deze beide componenten door Kramer altijd in éen werk bij elkaar gebracht.

Ceci n’est pas un paysage

 

28/01  –  19/02/2017

Groepstentoonstelling met werk van Nele Tas, Franky Michielsen en Sarah De Vos.

‘Ceci n’est pas un paysage’ verwijst naar het complexe, conceptuele en surreële karakter van het natuurlijke. Bij Nele Tas wordt een beeld van een haag zodanig uitvergroot, dat de toeschouwer er niet meer omheen kan. Het schilderij dat zij brengt, legt volledig ‘beslag’ op de ruimte. Geplaatst achter de vitrine van de galerij, blokt het werk het zicht op de ruimte als het ware af. Geen plek om ernaast naar binnen te kijken, te hoog om erover te gluren. Het is omnipresent aanwezig.

Franky Michielsen’s werk gaat in essentie over het recupereren en herinterpreteren van bestaand beeldmateriaal. Hij hergebruikt vooral beelden uit ‘gedateerde’ encyclopedieën. Via schilderkunstige commentaren geeft hij hen nieuwe betekenissen en legt hij inhouden bloot die er voordien niet waren, waardoor de beelden een andere meer universele betekenis krijgen.

Het aura van het unieke beeld herstellen, is wat Sarah De Vos poogt te bereiken in haar schilderijen. De dynamiek van de digitale media vertaalt zij naar de kalme bezonkenheid van de schilderkunst. Wat voorheen niet meer was dan een kort, snel vervliegend moment, wordt hier onderwerp van aandachtige, geduldige aanschouwing.

 Peter Depelchin, Elodie Antoine

 

27/11  –  18/12/2016

Peter Depelchin (°85, Oostende) groeide op aan de Belgische westkust. Een ruwe, vlakke streek, badend in grijstonen, getergd door de koude Noorderwind en het zilte schuim van de Noordzee. Tegelijk echter groeide hij op in een regio waar talrijke oude meesterwerken hun origine hebben. Daar ligt de wieg van Peters artistieke mentaliteit, zijn kunst en werk. Depelchins artistieke werkwijze kan opgedeeld worden in twee stappen. De eerste stap is een onderzoeksfase: In de organiek van Peters artistieke praktijk, ontwikkelt hij telkens nieuwe cultuur–historische interesses. Die worden aan een vormelijk en inhoudelijk onderzoek onderworpen. Tijdens die fase ontwikkelt hij een grote hoeveelheid aan schetsen en notities. Meestal monden die uit in een reeks studietekeningen. Na zijn onderwerp grondig onder de loep te hebben genomen, begint Peter te tekenen, grafisch werk te creëren, te beeldhouwen, te filmen of installaties te ontwikkelen. Peter focust zich op het tekenen, maar getuigt ook van een grote ervaring met tal van andere technieken en materialen. De materialen die hij het meest frequent gebruikt om zijn grootschalige allegorische tekeningen te creëren, zijn de pen, Oost-Indische inkt, bister en zijdepapier. Deze combinatie wekt terecht het idee op van zijn visionaire afbeeldingen met zowel Oosterse als Westerse invloeden. Dat doet zijn meesterschap met betrekking tot verscheidene oude druktechnieken zoals de houtsnede en de intaglio ook. De wijze waarop hij zijn artistieke universum opbouwt, put sterk uit Depelchins capaciteit om te observeren en vervolgens persoonlijk te interpreteren. Hij slaagt er bovendien met verve in om aan deze persoonlijke interpretatie een vleugje universaliteit toe te voegen. Zijn doel is om tot een nieuwe beeldtaal te komen die een symbiose bevat van zowel kunstgeschiedenis als actualiteit. Daartoe onderwerpt hij de schoonheid aan zijn onderzoekend oog. Hij gaat na wat de kracht is die uitgaat van een afbeelding, wanneer je haar schoonheid omkeert of wanneer je gaat spelen met haar archetypes en symbolen. Hij noemt het een de-contextualisering en een neo-contextualisering. De afbeeldingen maken zowel in gerecycleerde vorm als in hun originele vorm deel uit van onze visuele cultuur. Hun hergebruik of de omkering van hun betekenis kan bijgevolg een sterk effect kan hebben op de toeschouwer. Peter wil ons collectieve multi-culturele bewustzijn openbreken en vertrekt daarbij van het concept van de menselijke identiteit. Hij zoekt de mens en het mens-zijn door de mensheid in haar enorme gelaagdheid te beschouwen. Uiteindelijk verwezenlijkt hij stap voor stap een universele beeldtaal die plukt uit het verleden en reflecteert over het heden. Peter is erg actief op de internationale kunstscène. Hij had intussen verscheidene artistieke residenties: in Nederland (Stichting IK, Vlissingen, 2008-2009), in Italië (de Academia Belgica, Rome, 2014-2015) en in de Verenigde Staten (Residency Unlimited, New York City, 2016). Zijn deelname aan exposities met internationale allure, bleef ook niet onopgemerkt: Hij exposeerde in Rome (Fondazione MAXXI), in Brussel (het Kasteel van Gaasbeek) en in Londen (Young Masters). Afgelopen lente deed hij een solo-ingreep in de Offspace Gallery (NYC, VS) en nam hij deel in de groepstentoonstelling ‘Afterimage’ in inCube Art Space in New York. Kort geleden werd hij geselecteerd als tweede laureaat voor de prestigieuze Belgische kunstwedstrijd ‘Grote Prijs Ernest Albert’ die dit jaar de Belgische hedendaagse tekenkunst onder beschouwing nam (Mechelen, België). Depelchin nam deel aan de groepstentoonstelling ‘Outside In’ in SOHO (NYC, VS) en werd uitgenodigd voor een solotentoonstelling in de Brilliant Champions Gallery (NYC, VS) in april 2017. Peter werkt sinds enkele jaren nauw samen met de Light Cube Art Gallery (Ronse, België) en met de Italiaanse galerie ‘Banana-Split’ (Rome, Italië). De directeur van deze laatst genoemde galerie, Sara Falanga, en de New Yorkse curatrice Rebecca Pristoop bouwen aan een soloshow in 2017/2018 waarin Peters werk van de afgelopen 4 jaar onder de loep zal worden genomen.

Gery De Smet,  Chris Meulemans

Land van belofte

30/09  –  23/10/2016


Land van Belofte         ‘Ge hebt uw home voorloopig toch niet meer noodig.’

In Plato’s boek Symposium gaat het gesprek over de kracht van de liefde, of aantrekking. Een van de sterkste klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar af en toe denk je dat Plato’s personages gelijk hebben en dat we niet genoeg stil staan bij alle effecten van aantrekking in ons leven. Waarom vallen sommige onooglijke puzzelstukken samen? Dat doorgronden we zelden. Waarom kocht ik in de loop der jaren de natuurboeken van Leo Senden op rommelmarkten? Onze huisinsecten. Mooie vlinders. Drama’s en idyllen in den vijver. De deken van Hoogstraten vertelt smakelijk over mieren, torren, muggen, plankton en kleine voorvallen uit zijn eigen leven. Zijn liefde voor de natuur spreekt uit elke bladzijde. Sendens boeken laten niets vermoeden van Sendens einde: politieke gevangene in het nazi-concentratiekamp Ellrich, na maanden van ontbering en mishandeling gestorven op 5 december 1944.                                                                                                                                                                     Wonderlijk is het, om dan op een tentoonstelling een kunstwerk te zien, gemaakt met bladzijden uit Sendens Onze huisinsecten. Iemand anders, een kunstenaar, werd dus ook aangetrokken tot Sendens werk? Wat een serendipiteit. Kan een schrijver zich iets beters voorstellen dan tientallen jaren na zijn dood nog echt iemand te inspireren, iemand aan te zetten tot het maken van nieuwe dingen? Ik denk dat deken Senden zich zou verheugen om het gebruik dat Chris Meulemans van zijn bladzijden maakt. Zijn woorden spreken haar aan. Zij werkt ermee. Ze brengen haar handen in beweging. De titel van zijn boek Bewoners van krotten en achterbuurten resoneerde bij haar, toen ze nadacht over architectuur, beschutting, de gewaarwording van bunkers in een landschap. Bieden bunkers bescherming en veiligheid aan een natie of zijn het klamme schuilplaatsen voor passerende daklozen? Ondanks de sociologisch klinkende titel heeft Senden het in dit boek zoals steeds over insecten, kleine onopvallende levensvormen rondom ons. En toch lijken zijn woorden dikwijls over veel meer te gaan dan over kruipende en vliegende zespotigen. Leo Senden zag de wereld van de natuur als een vrij harmonisch, subtiel geheel en voelde zich niet te goed om af en toe gelijkenissen te zien tussen het gedrag van mensen en dat van insekten. De titel Land van belofte is ontleend aan zijn beschouwingen over de samenwerking tussen de mier azteca instabilis en de bamboesoort cecropia: de bomen voorzien tal van voedingsstoffen en lekkernijen voor deze mier, die hen beschermt tegen plundering door andere mierensoorten. “Wat kan die sybariet nog meer wenschen: een confortabel huis, manna op tafel en suikerwater aan het buffet: beslist een land van belofte!”                                                                                                                                                                                                      De bladzijden uit Sendens boek zijn bescheiden dragers; het papier was niet duur, het lettertype gewoon, de hele publicatie bestemd voor een weinig kapitaalkrachtig publiek. Misschien trok ook die zichtbare bescheidenheid Chris Meulemans aan, wie weet? Ze beschildert deze achtergrond in haar kenmerkende aardkleuren: roestrood als gedroogd bloed, diep oker, grijsblauw, grijs, paars, stoffig roze. We zien bunkers opgaan in landschappen, afdaken, muren, we zien woorden oplossen in kleur en hoekig ritme. Een ritme dat aan de doortastende oosterse kalligrafie herinnert. Dat een hedendaagse kunstenaar zich nog door een Nederlandse tekst laat inspireren, niet door een Engelse, verbluft mij en doet mij plezier. Als liefhebber van teksten en van beelden zie ik hier de rechtstreekse ingreep van een getrainde hand en een getraind oog op het gedrukte woord. Het gebeurt waar ik bij sta, want een schilderij is gestolde tijd. Meulemans’ schilderijen trekken me aan. Niet alle aspecten van dit proces kan ik onder woorden brengen. De wereld van het beeld werkt op een andere manier, heeft eigen wetten, is de plaats bij uitstek voor onderzoek naar de archeologie van de gewaarwordingen, die stille en geheime gebeurtenissen in onze geest waar Meulemans zich al schilderend door laat leiden.                                                                                                                                                                                                              Leen Huet 2016

The Promised Land     ‘You will not need your home for some time.’

In Plato’s Symposium, the topic of the conversation is love, attraction – one of the strongest powers in the universe according to the ancient Greeks: love connects atom to atom, love creates harmony in both the macro- and the microcosmos, love leads man’s soul towards wisdom and understanding. It almost sounds too good to be true, but every now and then one cannot help thinking that maybe Plato’s characters are right: we do not give enough consideration to all the potential consequences of ‘attraction’ in our lives. Why do some seemingly unimportant puzzle pieces fit? We seldom understand that. Over the years, while visiting flea markets, I found and bought Leo Senden’s old books about nature: Our House Insects. Beautiful Butterflies. Drama and Romance in the Pond. Why? Senden, formerly Dean of Hoogstraten, is a master at adding relish to his stories about ants, bugs, mosquitos, plankton and about many small events in his own life. His love of nature radiates from every page, and nothing in his books leads the reader to suspect the author’s sad end: he died a political prisoner in the Nazi camp Ellrich on December 5 1944, after months of starvation and torture. What a pleasant surprise then, to go to an exhibition and see a work of art composed of pages from Senden’s Our House Insects. Someone else, an artist, was obviously attracted by Senden’s work too! Serendipity at its best. What more can an author want than to be a true source of inspiration for somebody, to encourage someone else to create something new, decades after his or her death? I think were Dean Senden alive, he would be overjoyed to see Chris Meulemans make use of his pages. His words appeal to her; she works with them and they make her hands move. The title of his book Inhabitants of Slums and Ghettos resounded with her while she was thinking about architecture, shelter, the presence of bunkers in a landscape. Do bunkers offer protection and safety to a nation, or are they damp hide-outs for hobos passing by? In spite of the sociological connotation in the title, this book, too, deals with insects, the small, inconspicuous forms of life that are all around us. But often Senden’s words seem to comprise more than crawling and flying hexapods. Leo Senden saw nature as a relatively harmonious, subtle whole. He thought it was perfectly justified to see resemblances between human and insect behaviour. The title The Promised Land refers to his observations of the cooperation between the ant azteca instabilis and the bamboo cecropia: the plant provides ample food and delicacies for the ant, which, in return, defends its benefactor against attacks by other ants. ‘What more can this sybarite wish for: a comfortable house, manna on the table and sugar water on the buffet: definitely a promised land!’  The pages from Senden’s book are modest bearers: the paper he used was inexpensive, the font ordinary, the illustrations few and simple – the whole publication was clearly meant for a readership of slender means. Who knows, maybe it was this visible modesty that appealed to Chris Meulemans? She uses the pages as a background and paints them in her favourite, earthy colours: a typical red, rusty like dried blood, a deep ochre, greyish blue, grey, purple, a dusty pink. We see bunkers merge into landscapes, we see roofs, walls, words dissolve in colours and jagged rhythms that remind us of bold eastern calligraphy. The mere fact that a living artist is inspired by a Dutch – and not an English – text surprises and delights me. Being a text and image enthusiast I see the direct influence of a trained hand and an experienced eye on the printed word. It happens right in front of me, because a painting is solidified time. Meulemans’s paintings attract me, although words are somehow inefficient to exactly explain why. The world of images is different from the world of words; it has its own laws and is pre-eminently the place for research into the archaeology of perceptions, those silent and secret events in our minds that lead Meulemans while she is painting.                                                                                                                                               Leen Huet 2016

Hans Albrecht

Window view

summer vitrine july and august 2016

Gaston Meskens, Kris Gevers

Another Day in September          Life at the Institut Weich-Fehler 1924-1952

29/04  –  22/05/2016

Julia Wlodkowski, Esther Huybrechts, Jelle Spruyt

De grot van Alibaba

13/03  –  27/03/2016

Laurence Plumier

Un peu de légèreté

22/01  –  21/02/2016

 

Un peu de légèreté – Laurence Plumier

Praetoria vzw – 22/01 tot 21/02/2016

De wereld tolt en we tollen mee. Het dagdagelijkse leven eist ons op en we komen het tegemoet, we kunnen niet anders. Af en toe hapt de mens naar adem en soms komt er iets schoons op zijn pad. Het kan licht zijn, speels zelfs, het beroert misschien zijn ziel. De vraag is; kan een kunstwerk luchtig zijn? Of schuilt er achter die zweem van lichtheid een spanning die in strijd is met de zwaarte van elke dag? Hoe kan kunst, vaak eerder serieus van aard, een vanzelfsprekendheid aankaarten zonder te vervallen in platvloers hedonisme of al te menselijke oppervlakkigheid? De filosoof Nietzsche gaf hierop een antwoord in de vorm van een theorie die hij “De filosofie van de lichtheid” noemde. In dit werk beschreef hij zijn idee als ‘de inversie van het platonisme’.
In tegenstelling tot wat de oude Griekse filosofen zoals Plato dachten, wilde Nietzsche alles wat des mensen was, zelfs soms te menselijk, terug in ere herstellen om zo tot wijsheid te kunnen komen. (Menschliches, Allzumenschliches). De Griekse filosofen verfoeiden alles wat nog maar rook naar ‘menselijke zaken’, omdat zij meenden dat filosofie de mens naar een ideale of goddelijke staat moest brengen en alles wat humaan was en dus dicht bij de realiteit, je er net van deed wegglijden.

De beelden die Laurence Plumier in deze tentoonstelling brengt, werpen een zeker licht op een luchtigheid die er misschien geen is.
De thema’s die aangesneden worden in haar werk verwijzen naar een illusie die zeer echt lijkt. Omdat de schilderijen figuratief van aard zijn, meent de toeschouwer te weten waar hij naar kijkt zonder misschien enig besef te hebben van wat zich achter de coulissen afspeelt.
Zachte pastelkleuren drijven je mee in een harmonieuze beweging naar een plaats waar het fijn vertoeven is, waardoor het lijkt alsof er weinig tot geen spanning aanwezig is op het doek. Een blik die op het eerste zicht onbekommerd lijkt, verbergt misschien een ander gevoel. Een man in een zetel met een pop als gezelschap kan een grappig beeld zijn, maar eveneens een stille getuigenis zijn van een geheim dat alleen de protagonist toekomt. De thematiek van dit ‘kat-en-muis spel’ verwijst onrechtstreeks naar het werk van Alfred Jarry, een Franse poète maudit en toneelschrijver uit het einde van de 19e eeuw, die met zijn ‘pataphysique’ een absurdistische parodie wou brengen op de moderne wetenschap. Met onzinredeneringen filosofeerde hij over wat zich achter de metafysica bevond. De ontrafeling van Jarry’s theorie leest als het ware als een schilderij van Laurence. De patafysica is de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen, die op symbolische wijze aan schetsen de eigenschappen toekent van de door hun schijn beschreven objecten. (Uit: Elementaire patafysica) Laurence is een kunstenares die de toeschouwer met zachtheid in deze schijn hult. Zij leidt ons naar een plek die alleen zij kent maar die zichtbaar is voor ons allen. Wij kunnen het slechts omhelzen, in al onze menselijkheid.

Danielle Buyssens 22/01/2016

Romane Claus        /       Stephanie De Smet

coniferenkoorts   /      Inside Green

14/11  –  05/12/2015

 

Gery De Smet, Wannes Lecompte, Johan De Wit, Ines Claus, Philip Henderickx, Anne Bossuroy, Annick Lizein

Da wachter

25/09  –  25/10/2015

De wachter           Een man staat roerloos stil, blik op oneindig. Verzonken in gedachten. Schijn bedriegt maar kalmte is het antwoord. De tijd glijdt onopgemerkt doch traag voorbij. De man verplaatst zijn evenwicht, een engel schrijdt langs hem heen. Hij wacht. Voelt hij zich bekeken en weet hij niet op welk been te staan? Knaagt er iets vanbinnen? Is zijn blik een beetje schuw? Hij voelt zich als in een cocon, ten midden van het leven zonder er deel van uit te maken. Het dwingt hem tot overpeinzingen waardoor zijn zelfbewustzijn zwelt. Wat denken de voorbijgangers? Dat hij niet gewild is, noch verwacht? Mensen schieten achteloos voorbij, want ieder levensverhaal draagt zijn eigen luchtbel. Voor even staan verleden, heden en toekomst op één voet. Het wachten is een zijn waar je geen oordeel over kan vellen. De wil is sterker dan het aangename en hoop doet leven. De man maakt van het wachten een verwachting. Het is het geloof in de toekomst dat hem in zijn greep houdt.

Le guet                  Un homme immobile guette l’horizon, plongé dans ses pensées. Même si les apparences sont trompeuses, seul le calme règne. Le temps s’écoule, inaperçu bien que lentement, l’homme se déplace, un ange passe. Il attend. Se sent-il peut-être guetté ou ne sait-il pas sur quel pied danser? Quels soucis le rongent? Ne détourne-t-il pas le regard? Dans son cocon, absent/présent, l’introspection, la guète lui est imposée. Que pourraient penser les passants honnêtes? Qu’il ne soit ni voulu, ni attendu? Mais personne ne lui prête attention, car chacun porte sa propre histoire. Pour un instant, le passé, le présent et le futur ne font qu’un. L’attente n’émet aucun jugement. De quoi le lendemain sera-t-il porteur?